Menu sluiten

Uw aanvraag is verzonden

Bedankt voor uw interesse. We zullen uw aanvraag snel in behandeling nemen.

Selecteer uw profiel


Voor iedereen die een duurzame en toekomstgerichte oplossing voor eigen huis zoekt.

Voor iedereen die zijn klanten een betrouwbare oplossing wil aanbieden.

Voor iedereen die waarde hecht aan een efficiënte complete uitrusting van het gebouw.
Profiel wijzigen

Het belangrijkste kort en bondig

Warmtepompen-ABC

AANLOOPSTROOM

Bij het starten van een conventionele warmtepomp wordt ondanks de "soft start" kortstondig een hoge stroom (aanloopstroom) gebruikt. Bij een invertergeregelde warmtepomp is deze stroom niet nodig aangezien de compressor op een laag toerental start en traploos tot het vereiste vermogen wordt verhoogd. Een softstarter die het plotseling starten van de compressor verhindert is bij een invertergeregelde compressor niet nodig.

AFSTANDSBEDIENING

Naast het bedieningspaneel op de binnenunit kan bijv. in de woonkamer een radiografische afstandsbediening worden geïnstalleerd. Op deze manier kunnen de belangrijkste warmtepompfuncties en instellingen gemakkelijk draadloos op de radiografische afstandsbediening worden gewijzigd.

A/V-VERHOUDING

De A/V-verhouding is een belangrijke grootheid voor bepaling van de energiebehoefte van een gebouw. Over het algemeen geldt: compacte gebouwen met een kleine A/V-verhouding vereisen minder energie dan gebouwen met een grote A/V-verhouding – ook bij gelijkblijvend volume.

BIVALENT

zie werkwijze

BIVALENTE TEMPERATUUR/BIVALENTIEPUNT

De bivalente temperatuur is de buitentemperatuur waarop de overschakeling van de bivalente werking van de warmtepomp naar een tweede warmteopwekker wordt uitgevoerd.

BLOKKERINGSTIJDEN

De volgende blokkeringstijden zijn van kracht voor de onderbreking van de energievoorziening bij warmtepompen: In overeenstemming met de tariefverordening van de Bondsrepubliek Duitsland mogen energieleveranciers tot 2 uur achter elkaar, maar niet langer dan 6 uur binnen 24 uur de stroomtoevoer onderbreken voor de werking van warmtepompen.

BUFFERVAT

Het buffervat vervult in verwarmingsinstallaties met warmtepomp een reeks belangrijke functies: het verhoogt de gemiddelde looptijd van de warmtepomp door het verwarmingswater gedurende een langere tijdperiode te verwarmen en op te slaan. Daarnaast fungeert het buffervat als systeemscheiding, levert de vereiste energie voor de ontdooiingsfunctie en dient als hydraulische afscheider.

BUITENOPSTELLING

Bij de buitenopstelling van een lucht/water-warmtepomp worden de verdamper en eventueel ook de compressor van het apparaat buiten het gebouw opgesteld. Daarmee vervalt de benodigde ruimte voor de installatie in een gebouw. Bovendien zijn er geen luchtkanalen en grote wandopeningen nodig.

CE-MARKERING

De CE-markering is een conformiteitsteken dat de overeenkomst met relevante Europese richtlijnen bevestigt en daarmee het goederenverkeer binnen de EU mogelijk maakt. Sinds 26 september 2015 hebben alleen die warmteopwekkers een CE-markering die aan de minimumefficiëntienormen en minimumemissienormen van de Ecodesign-richtlijn (ErP) voldoen.

CIRCULATIEPOMP

De elektrisch aangedreven circulatiepomp bewerkt het transport van een vloeibaar medium (bijv. water) in gesloten leidingssytemen.

COMPRESSOR

De compressor is een essentieel onderdeel van een warmtepomp. Er zijn verschillende compressortypes die op verschillende wijze twee taken uitvoeren: het transport van de opgenomen warmte in het gebouw en het verhitten van het koelmiddel door compressie. De compressorbesturing van Ecodan-systemen gebruikt inverterprintplaten waarmee een modulaire, behoefteafhankelijke aanpassing van het vermogen (en daarmee ook een behoefteafhankelijke stroomopname) mogelijk is.

CONDENSATIETEMPERATUUR

Zodra de condensatietemperatuur wordt bereikt, wordt het gasvormig koelmiddel vloeibaar. De verandering van de stofvorm maakt de afgifte van energie aan het verwarmingssysteem mogelijk.

CONDENSOR

Met condensor of condensator wordt een warmtewisselaar van de warmtepomp aangeduid waarin het koelmiddel vloeibaar wordt en de opgeslagen warmte aan verbruikers wordt afgegeven.

CONDENSOPVANGBAK

De condensopvangbak fungeert als een opvangreservoir voor het verzamelde water door de verdamper dat vervolgens centraal kan worden afgevoerd. Daarmee wordt druppelen op de ondergrond voorkomen.

COP (COEFFICIENT OF PERFORMANCE)

De COP-waarde (Coefficient of Performance) toont de verhouding tussen warmtevermogen en het gebruikte elektrische vermogen. De door Mitsubishi Electric aangegeven COP-waarden worden volgens de testvoorwaarden van de norm EN 14511 vastgesteld en worden altijd onder vermelding van verwarmingsvermogen, buitentemperatuur en watervoorlooptemperatuur opgegeven.

CYLINDERUNIT

Een cylinderunit is een deel van een Ecodan-warmtepompsysteem. De module wordt in het gebouw geïnstalleerd en is naargelang de uitvoering via water- of koelmiddeltransporterende leidingen verbonden met de buitenunit. Een cylinderunit bevat een geïntegreerde roestvrij stalen SWW-boiler met een inhoud tot 200 liter.

Dimensionering

De dimensionering van een warmtepomp beschrijft het aan de warmtebehoefte aangepaste vermogen dat als basis voor een efficiënte werking van de installatie geldt. Zowel te groot of te klein gedimensioneerd installaties veroorzaken onnodige aankoop- en/of werkingskosten en een minder zuinige werking van de installatie.

EFFICIËNTIE

De efficiëntie van een warmtepomp karakteriseert het rendement. De efficiëntie wordt aangegeven door de jaarlijkse rendementsfactor, de COP-waarde of de SCOP-waarde.

EHPA-KEURMERK

Het door de EHPA (European Heat Pump Association) verleend keurmerk (vroeger het D-A-CH-keurmerk) dient een hoge kwaliteit van verkrijgbare warmtepompen op de markt te garanderen. Het keurmerk wordt uitsluitend aan producten gegeven die aan de technische, planningstechnische en servicespecifieke EHPA-kwaliteitsregels voor warmtepompen voldoen. Daartoe behoren o.a. de verkrijgbaarheid van reserveonderdelen gedurende minstens 10 jaar, een landelijk servicenetwerk etc. De conformiteit met deze regels garandeert een hoge energie-efficiëntie en betrouwbare werking van warmtepompsystemen.

ELEKTRISCHE AANSLUITING

De elektrische aansluiting van een warmtepomp mag uitsluitend door een vakinstallateur worden uitgevoerd. Daarvoor moet de warmtepomp eerst bij de desbetreffende energieleverancier worden aangemeld. Wordt uw stroomverbruik via een warmtepomptarief verrekend, dan hebt u voor de warmtepomp een eigen elektriciteitsmeter nodig. Bij de elektrische aansluiting op de stroomvoorziening dient men eraan te denken dat warmtepompen met een hoger vermogen een 3-fasestroomaansluiting met 400 Volt vereisen (zie werkspanning).

ELEKTRISCH VERWARMINGSELEMENT

Het elektrisch verwarmingselement ondersteunt indien nodig de werking van de warmtepomp.

ENERGIELABEL

Sinds 26 september 2015 worden alle verwarmingstoestellen van een energielabel voorzien. Het uiterlijk van labels en de criteria van energie-efficiëntieklassen werden binnen de EU vastgelegd in de verordening inzake energie-etikettering.

EVB-BLOKKERINGSTIJDEN

Tijden waarop het energievoorzieningsbedrijf (EVB) de voorziening van warmtepompstroom kan onderbreken, zie blokkeringstijden.

EXPANSIEKLEP

Een expansieklep heeft een belangrijke rol bij een warmtepomp. De expansieklep bevindt zicht tussen de condensor en de verdamper en dient om de druk van het koelmiddel te verlagen en de injectie van koelmiddel te regelen.

EXPANSIEVAT

Het expansievat wordt gebruikt om het door verwarming uitgezette water van de verwarmingsinstallatie probleemlos op te vangen. Het stalen vat is gevuld met stikstof en intern voorzien van een membraan. De correcte dimensionering van het expansievat is belangrijk zodat het aanvullend watervolume kan worden opgevangen.

GELUIDSDRUKNIVEAU

De geluidsdrukniveau wordt in de eenheid dB (A) aangegeven. Het is een fysieke meeteenheid van geluidssterkte die afhankelijk van de afstand tot de geluidsbron wordt gemeten. Over het algemeen wordt het geluidsdrukniveau  gemeten op een afstand van 1 meter van de warmtepomp.

GELUIDSVERMOGENSNIVEAU

Het geluidsvermogensniveau is een fysieke meeteenheid van geluidssterkte die onafhankelijk van de afstand van de geluidsbron in de eenheid dB (A) wordt gemeten.

HYDRAULISCHE COMPENSATIE

De hydraulische compensatie is een proces waarbij in een verwarmingsinstallatie elke radiator of elk verwarmingscircuit van een oppervlakteverwarming bij vastgelegde voorlooptemperatuur exact met de warmtehoeveelheid wordt voorzien die nodig is om de gewenste kamertemperatuur te bereiken. Een hydraulische compensatie is een voorwaarde voor de subsidie voor verwarmingsmodernisering van de Kreditanstalt für Wiederaufbau (KfW). Ook het BAFA (Bundesamt für Wirtschaft und Ausfuhrkontrolle), verantwoordelijk voor de subsidie van het marktstimuleringsprogramma (MAP - Marktanreizprogramm) voor het gebruik van hernieuwbare energie, vereist hydraulische compensatie.

HYDROBOX

Een hydrobox is een deel van een Ecodan-warmtepompsysteem. De module wordt in het gebouw geïnstalleerd en is naargelang de uitvoering via water- of koelmiddeltransporterende leidingen verbonden met de buitenunit. Aan de andere kant wordt de hydrobox aangesloten op belangrijke componenten van de verwarmingsinstallatie, zoals het buffervat en de SWW-boiler.

INGEBRUIKNAME VAN WARMTEPOMPEN

Mitsubishi Electric biedt bij te installeren nieuwe installaties een ingebruiknameservice aan voor warmtepompen. Het voordeel daarvan: gecertificeerde partnerbedrijven voeren vooraf een reeks voorgedefinieerde werkzaamheden uit. Naast de inspectie van de installatie wordt de warmtepompinstallatie o.a. vakkundig koeltechnisch aangesloten, de regeling van de installatie optimaal ingesteld en de gebruiker over de werking geïnformeerd.

INSTALLATIEINHOUD

De installatieinhoud is het totale watervolume in het verwarmingssyteem, incl. de inhoud van alle boilers, buizen, verbindingsstukken etc.

INVERTERTECHNOLOGIE

De zogenaamde invertertechnologie zorgt in moderne lucht/water-warmtepompen ervoor dat het vermogen nauwkeurig wordt aangepast. In de kern wordt daarbij de compressor traploos geregeld. Zo wordt enerzijds de vermogenopname van de compressor beïnvloed en wordt anderzijds het verwarmingsvermogen van het volledige systeem gecontroleerd.

Jaarlijkse rendementsfactor

De jaarlijkse rendementsfactor wordt voor de bepaling van de energie-efficiëntie bij meer dan een buitentemperatuurvoorwaarde gebruikt. Hierbij worden 3 buitentemperatuurvoorwaarden volgens de norm VDI 4650 als grondslag gebruikt en naargelang de urenfrequentie gewaardeerd.   

Over het algemeen wijkt een zuiver rekenkundig bepaalde waarde af van de effectieve waarde. De effectieve jaarlijkse rendementsfactor is sterk afhankelijk van het gebruiksgedrag en andere factoren, zoals de warmwatertemperatuur in de SWW-boiler of de duur en intensiteit van de winter.

KAMERAFSTANDSBEDIENING

zie afstandsbediening

KOELMIDDEL

Het koelmiddel is het werkmedium van een warmtepomp en wordt gebruikt in een gesloten circuit. Het onttrekt aan de lucht energie en verwarmt gelijktijdig het water. Daarbij wordt het koelmiddel niet verbruikt. Het verandert alleen van vorm door verdamping (gas) en koeling (vloeibaar).

KOOLSTOFDIOXIDE (CO2)

Koolstofdioxide ontstaat bij de verbranding van fossiele energiedragers. Aangezien een warmtepomp zonder verbrandingstechniek werkt, wordt in tegenstelling tot een verwarmingsketel voor fossiele energiedragers het mileu tijdens werking niet belast met CO2.

KWALITEITSLABEL KAMERKLIMAATUNITS

Met de "Kwaliteitslabel kamerklimaatunits" wordt bevestigd dat de kamerklimaatunits aan alle actueel geldende wettelijke bepalingen voldoen en alle belangrijke technische gegevens in gegevensbladen, bedieningshandleidingen en vergelijkbare documenten correct zijn. De certificeringsinstelling (Fachverband Gebäude-Klima e. V. – FGK) controleert of deze gegevens overeenstemmen met gestandaardiseerde raamvoorwaarden zodat een eenvoudige vergelijking van apparaten van verschillende fabrikanten kan worden gegarandeerd.

Lucht/water-warmtepompen

Een lucht/water-warmtepomp is een elektrisch aangedreven apparaat dat de in de omgevingslucht opgeslagen zonne-energie bruikbaar maakt. De lucht/water-warmtepompsystemen van Ecodan bestaan altijd uit twee delen: een buitenunit die energie onttrekt aan de buitenlucht en een binnenunit die voor het transport van de energie in het verwarmingssysteem nodig is.

Luchtwarmtepomp

zie lucht/water-warmtepomp

MAG

zie expansievat

Manometer

Een manometer dient als weergave van de waterdruk in de verwarmingsinstallatie. De druk wordt in bar weergegeven.

Modulatie, traploze

zie invertertechniek

Monobloc-warmtepomp

Een monobloc-warmtepomp bestaat uit twee modules: een buitenunit en een hydrobox of cylinderunit in het gebouw. Het monobloc-systeem zorgt voor een aanzienlijke vereenvoudiging van de installatie aan de koeltechnische zijde: hier bevindt zich de platenwarmtewisselaar in een gesloten koelcircuit in de buitenunit. Dat betekent dat de energie over goed geïsoleerde waterleidingen (toevoer en terugvoer) van de buitenunit aan de binnenunit wordt overgedragen.

Monovalent

zie werkwijze

Mono-energetisch

zie werkwijze

ONTDOOIING

Buitentemperaturen die het vriespunt naderen vormen ijs uit het vocht in de lucht in verdampers van warmtepompen. Om de efficiëntie van lucht/water-warmtepompen te garanderen moet de verdamper indien vereist worden ontdooid. Voor dit automatisch proces worden kleine hoeveelheden warmte gebruikt, bijv. uit het buffervat.

OPGENOMEN VERMOGEN

Het opgenomen vermogen is het aangegeven vermogen in kilowattuur (kWh) dat in de vorm van elektrische stroom nodig is voor de werking van een warmtepomp.

OPPERVLAKTEVERWARMING

Een oppervlakteverwarming heeft dankzij het grote verwarmingsoppervlak relatief lage voorlooptemperaturen. Daarbij stroomt het water door leidingen in de vloer (vloerverwarming),  in de wand (wandverwarming) of in het plafond (plafondverwarming). De lage watertemperaturen bevorderen een efficiënte werking van de warmtepomp. Bovendien zorgen oppervlakteverwarmingen voor een zachte, gelijkmatige warmte over het volledige oppervlak en creëert daardoor een hoger comfort.

OPSTELLINGSAANWIJZINGEN

Zowel voor buiten- als binnenunits gelden opstellingsaanwijzingen die verplicht moeten worden opgevolgd. Een correcte opstelling van apparaten is zeer belangrijk voor een optimale werking van apparaten.

PLATENWARMTEWISSELAAR

Een platenwarmtewisselaar wordt gebruikt voor de overdracht van energie van het koelmiddel aan het water. De platenwarmtewisselaar bestaat uit een groot aantal roestvrij stalen platen die parallel ten opzichte van elkaar zijn geplaatst. De tussenruimtes worden afwisselend door koelmiddel en water doorstroomt. Het daarmee ontstane grote warmte-uitwisselingsoppervlak bevordert een efficiënte uitwisseling bij kleine buitenafmetingen.

POWER INVERTER

Bij Power Inverters gaat het om invertertechnologie van Mitsubishi Electric die bij lucht/water-warmtepompen worden gebruikt. Bij dit compressortype wordt de werking tot -20 °C gegarandeerd. Een speciale Power Receiver voor de onderkoeling van het koelmiddel in combinatie met twee afzonderlijk gestuurde expansiekleppen bereikt een optimaal verwarmingsvermogen bij een bijzonder zuinige werking. Voorbeeldtoepassingen van de Power Inverter zijn nieuwbouw en goed geïsoleerde gebouwen met grote warmte-overdrachtoppervlakken, zoals een vloerverwarming.

Retourtemperatuur

De retourtemperatuur verwijst naar de temperatuur van het verwarmingswater dat uit de warmteverdeelsysteem terugstroomt naar de warmteopwekker.

SCOP (SEASONAL COEFFICIENT OF PERFORMANCE)

In overeenstemming met NBN EN 14825 worden de capaciteitsgegevens voor SCOP vastgesteld op vier verschillende meetpunten. Overeenkomstig de temperatuurverlopen van het referentieklimaat in Straatsburg zijn de meetpunten verschillend gewogen. Zo wordt de energie-efficiëntie onder zo realistisch mogelijke omstandigheden weergegeven en sluit de SCOP-waarde dichter aan bij de realiteit dan de COP-waarde.

SECUNDAIR CIRCUIT

Het secundaire circuit is het warmteverdelingscircuit tussen het gebruikte buffervat en de verbruikers.

SPLIT-WARMTEPOMP

Bij de Split-warmtepomp wordt de energie via het koelmiddel tot in het gebouw vervoerd. De platenwarmtewisselaar bevindt zich in de binnenunit, de buitenunit is via de koelmiddelleiding aangesloten. Het Split-principe brengt de totale efficiëntie van het systeem op een hoger peil. Bovendien is dit de beste oplossing wanneer er grotere afstanden tussen de binnen en de buitenunit moeten worden overbrugd. Afhankelijk van het vermogen van de warmtepomp kunnen leidingen met een lengte tot 80 meter worden gebruikt.

SWW-BOILER

Een SWW-boiler is een reservoir voor de opslag van warm drinkwater met een maximale temperatuur van 90 °C. Over het algemeen is de boiler warmtegeïsoleerd en wordt hij indirect door de warmtepomp verwarmd. Dat betekent dat het drinkwater met een warmtewisselaar wordt verwarmd. De warmtepompboilers van de Ecodan WPS-serie zijn naargelang het norminaal volume uitgerust met groot gedimensioneerde gladde buiswarmtewisselaar met oppervlakken van 3,2 tot 6,2 m2 die voor een snelle verwarming zorgen.

Temperatuurspreiding

De temperatuurspreiding is het temperatuurverschil tussen ingangs- en uitgangstemperatuur van het warmtedragermedium van de warmtepomp. Met andere woorden het verschil tussen de voorlooptemperatuur en de retourtemperatuur.

VERDAMPER

Met verdamper wordt de warmtewisselaar van een warmtepomp aangeduid waarin door verdamping van het koelmiddel warmte wordt onttrokken aan de buitenlucht bij lage temperatuur en lage druk.

VERDAMPINGSTEMPERATUUR

De verdampingstemperatuur is de temperatuur waarop het koelmiddel van vloeibare vorm overgaat naar gasvorm en daarbij de omgevingswarmte opneemt.

VERWARMINGSSTROOM

Verschillende energievoorzieningsbedrijven bieden verschillende speciale tarieven voor het gebruik van elektrische kamerverwarmings- en warmwatersystemen. Zo kunnen elektrische verwarmingsinstallaties, verwarmingsinstallaties met warmtepompen en warmwaterinstallaties tegen voordeligere verwarmingsstroom tijdens daluren worden gebruikt.

VERWARMINGSVERMOGEN

Het verwarmingsvermogen van een warmtepomp is de bruikbare hoeveelheid verwarmingswarmte die binnen een bepaalde tijd onder bestaande voorwaarden wordt geleverd. Het verwarmingsvermogen wordt aangegeven in kilowatt (kW). Bij warmtepompen worden altijd de bedrijfsparameters buitentemperatuur (A) en watervoorlooptemperatuur (W) aangegeven. Bijv. A2/W35: Buitentemperatuur = 2 °C, watervoorlooptemperatuur = 35 °C).

VLOERVERWARMINGSPROGRAMMA

Een nieuwe vloer moet volgens een bepaald tijdsprogramma worden gedroogd om o.a. scheuren te vermijden. De Ecodan-regeling beschikt over een automatisch programma dat individueel kan worden aangepast.

VOORLOOPTEMPERATUUR

De voorlooptemperatuur is de temperatuur waarmee het verwarmingswater van de warmteopwekker in het warmteverdeelsysteem stroomt. Voor installaties met zuivere oppervlakteverwarmingen (vloer-, wandverwarmingen) volstaat een temperatuur van 25 tot 40 °C.

WANDVERWARMING

zie oppervlakteverwarming

WARMTEBEHOEFTE VOOR VERWARMING

De verwarmingswarmtebehoefte is de energiehoeveelheid die het verwarmingssysteem jaarlijks voor de verwarming van woonruimte en water beschikbaar moet stellen. Bij de berekening van de verwarmingswarmtebehoefte worden de factoren erbij gehaald: de overdrachtswarmtebehoefte, m.a.w. de warmte die verloren gaat door buitenmuren, ramen en dak, en de ventilatiewarmtebehoefte, ofwel de warmteverliezen door passieve en actieve ventilatie. Deze behoefte wordt gereduceerd door interne warmtewinsten, zoals lichaams- en apparatenwarmte en passieve warmtewinst (bijv. zonnestraling door zuidelijk gelegen ramen). In Duitsland wordt de berekening van de jaarlijks verwarmingswarmtebehoefte bepaald door de energiebesparingswetgeving (EnEV).

WARMTEBEHOEFTE/VERWARMINGSBELASTING

Het begrip verwarmingsbelasting verwijst volgens de norm NBN EN 12831 naar de vast te stellen warmtebehoefte van gebouwen.

WARMTEWISSELAAR

Een warmtewisselaar (ook warmteoverdrager) is een onderdeel dat de warmte van een medium aan een ander of hetzelfde medium overdraagt zonder dat daarbij de media zich vermengen. Warmtewisselaars vindt men o.a. in warmwaterboilers in de vorm van gewikkelde buizen of buizenbundels voor de warmteoverdracht van de verwarmingswater aan het drinkwater.

WERKCIJFER

Het werkcijfer beschrijft de verhouding tussen de gegenereerde warmte-energie en de gebruikte elektrische energie. Aangezien het werkcijfer gedurende het jaar sterk varieert wordt voor de bepaling van de systeemefficiëntie vaak het jaarlijkse rendementsfactor gebruikt die de verhouding op jaarbasis vertegenwoordigd.

Werkcijfer = Wgebr/Welek

Wgebr = verwarmingswarmte in kWh;

Welek = gebruikte elektrische energie in kWh.

WERKMEDIUM

zie koelmiddel

WERKSPANNING

De werkspanning is de in Volt aangegeven spanning die nodig is voor de werking van de warmtepomp. Naargelang het nominale vermogen biedt Mitsubishi Electric Ecodan-warmtepompen aan die een werkspanning van 230 (1 fase) of 400 Volt (3 fasen) vereisen.

WERKWIJZE

Over het algemeen onderscheidt men drie werkwijzen: monovalente, mono-energetische en bivalente werking. Bij de monovalente werking is de warmtepomp zodanig uitgerust dat alleen de warmtebehoefte van het gebouw wordt gedekt. Bij de mono-energetische werking kan aanvullend een elektrisch verwarmingselement worden gebruikt. Bij de bivalente werking kan de installatie naast de warmtepomp worden uitgebreid met een extra warmteopwekker,  bijv. een gasketel.

ZONNE-ENERGIE

De zonne-energie wordt door warmtepompen altijd indirect omgezet. De in de lucht, de grond of het water opgeslagen zonne-energie wordt gebruikt voor verwarming van gebouwen en bereiding van sanitair warm water.

Zubadan Inverter

De gepatenteerde Zubadan Inverter-technologie vertegenwoordigt op dit moment het summum in lucht/water-warmtepomptechnologie. Het Zubadan-koelcircuit heeft ook een stabiele werking bij zeer lage buitentemperaturen. Zo levert het systeem ook bij -15 °C het volledige verwarmingsvermogen. Zelfs bij -25 °C garandeert de Zubadan-warmtepomp een betrouwbare en efficiënte werking. Dankzij de Zubadan-technologie wordt overdimensionering van de installatie als veiligheidsbuffer voor verwarming geheel overbodig.